Lukas 24:36-53; Zondag 18 HC vr. 49
Broeders en zusters in onze Heer Jezus Christus,
Aan predikanten werd in een onderzoek gevraagd hoe zij over Hemelvaart dachten en hoe dat leeft in hun gemeenten. De uitkomst was dat predikanten denken dat hun gemeenteleden er een beetje verlegen mee zijn. Ik kan mij dat best voorstellen. Wat moeten we met Hemelvaart?
De verlegenheid heeft ook te maken heeft met een gebrek aan voorstellingsvermogen. Het kinderbijbelplaatje van Jezus die staande op een wolk ergens tussen hemel en aarde zweeft, is gewoonweg niet voor te stellen. En waar bevindt de hemel zich precies? Hoe lang is het vliegen?
Deze gebeurtenis in Jezus’ leven wordt in de Bijbel maar summier beschreven. Alleen Lukas beschrijft het gebeuren – twee keer: zowel aan het eind van zijn Evangelie als in het begin van zijn tweede boek, Handelingen. De andere evangelisten niet; zoveel weten we er niet van.
Wel kunnen we allerlei vragen stellen: Waarom Jezus nou naar de hemel moest gaan; en waarom is dat geen reden om te rouwen – scheiden doet lijden – maar juist een soort feestdag?
Het is duidelijk, dat we in de Bijbel geen voorschrift hebben om de Hemelvaart te gedenken of te vieren. De vraag die de 450-jarige Catechismus ons stelt is dan ook zeer op z’n plaats: Wat is voor ons de waarde van de hemelvaart van Christus? Vrij vertaald: Wat hebben wij eraan?
Drie antwoorden:
- Ten eerste is Hij in de hemel om bij zijn Vader voor ons te pleiten.
- Ten tweede hebben wij Hem in de hemel tot een onderpand, dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot Zich nemen zal.
- Ten derde zendt Hij ons zijn Geest als tegenpand; door zijn kracht richten wij ons op wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is.
In de eerste plaats dus is Jezus onze pleitbezorger, onze Voorbidder bij de hemelse Vader. Onzichtbaar, maar Hij is dag en nacht bezig voor de Zijnen te bidden. Wat een troostrijke gedachte!
Daar komt nog bij, dat zijn hemelvaart in ‘onze’ menselijke gedaante voor al de Zijnen de garantie dat ook zij Hem zullen volgen! Het Hoofd is al boven; het lichaam, zijn gemeente, zal daarom zeker volgen! Gegarandeerd!
En, of dat allemaal nog niet genoeg is, het derde ‘nut’ is dat Hij zijn Geest naar de aarde zendt. Het wordt Pinksteren! Als een ‘tegenpand’; als een trouwring zou je kunnen zeggen. Jezus ging terug naar de hemel, maar liet ook iets van Zichzelf achter. Een trouwring bepaalt je bij de ander, die je liefde en trouw beloofde, ook als diegene niet lijfelijk bij je is. Zo trekt de Heilige Geest het hart naar boven; waar Jezus is, aan de rechterhand van de Vader.
Jezus is in de hemel, bij de Vader; maar dat betekent niet dat wij alleen gelaten zijn: integendeel – Hij is bij ons door de Geest. Hij heeft ons de Geest gegeven als bewijsstuk; als toegangsbewijs voor onze plaats in de hemel. En als wij vol zijn van zijn Geest, kunnen wij alleen nog maar meer op Hem betrokken zijn; door zijn Geest wordt onze blik omhoog gericht.
Jezus is in de hemel waar Hij troont aan de rechterhand van de Vader. Dat Hij naar de hemel is gegaan is ook van belang, omdat Hem dat in een andere staat brengt. Dit maakt Hem tot Heer!
Tijdens zijn leven hier op aarde werd Jezus ook al aangesproken met die titel, maar nu met de Hemelvaart krijgt die titel een diepere betekenis. Kurios, Heer – dat is: Degene met macht.
En Hij die alle macht heeft, is ook degene die recht spreekt. Koning en rechter – twee functies verenigd in één persoon.
Jezus is Heer – en dat is Hij nu bij de Vader op de Troon volkomen. Hij is nu helemaal in de sfeer van God, in de aanwezigheid van God. En daar leunt Hij dus niet relaxt achterover op z’n troon. Hij laat zich op zijn troon niet omringen door bedienden die het Hem naar de zin moeten maken, die z’n eten op een presenteerblaadje aandragen en boven z’n hoofd met palmtakken staan te wuiven… zonder dat Hij zelf een vinger hoeft uit te steken… Nee, een rechtvaardige koning zijn, dat is hard werken.
Bijzonder is dat … als wij denken aan het werk van Jezus, dan denken we vooral aan zijn aardse bezigheden: aan zijn rondtrekken door het land waarbij Hij onderwijs gaf, waarbij Hij zo velen genas, waarbij Hij zijn leerlingen toerustte; en aan zijn werk op Golgotha – zijn lijden en sterven, zijn verzoeningswerk…
Bijzonder is het dat Jezus – na alles wat Hij al gedaan heeft – nog steeds dóórgaat met werken voor ons. Daarmee bewijst Hij nog eens de Messias te zijn, want van Hem voorzegt de profeet Jesaja: ‘Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op.’(53:12)
Wat betekent dat nu, dat Hij het voor zondaars opneemt? dat Hij voor ons pleit, voor ons bidt, onze voorspraak is? Wanneer wij tegen God zeggen wat er verkeerd gegaan is in ons leven, wanneer wij tegen Hem zeggen dat we, bewust of onbewust, eigen wegen kozen – dan mogen wij rekenen op zijn genade; niet omdat wij het zijn, omdat we het toch goed bedoeld hadden, maar omdat Jezus voor ons pleit. Hij heeft zijn leven gegeven voor ons – en constant springt Hij voor ons in de bres: ‘Reken het hem niet aan, straf haar niet – Ik sta voor hen in, Ik heb hun schuld betaald met mijn bloed.’
Dat betekent dat wij vooral niet zonder erbij na te denken onze verkeerde dingen tegen God moeten zeggen om daarna weer door te modderen, want Jezus Zelf is constant voor ons in de weer. Hij herinnert de Vader er steeds aan dat Hij voor jou, voor mij een plekje heeft gereserveerd bij de Vader.
Jezus pleit voor ons in bij de Vader in de hemel. Maar ook hier op aarde hebben wij iemand die voor ons pleit: de Geest pleit voor ons, heeft Jezus beloofd. Hij komt voor ons op en helpt ons. Dat hebben wij nodig. Paulus schrijft: ‘De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.’ (Romeinen 8:26). Wanneer wij op ons zwakst zijn, wanneer wij op ons kwetsbaarst zijn – dan werkt Gods Geest juist in ons door ons voor de Vader te brengen: Hij draagt ons op in gebed. Wanneer wij de wanhoop nabij zijn en niet weten waar we ’t zoeken moeten – hoe zouden wij dan weten wat goed voor ons is? Zouden wij in onze zwakte niet bidden om die dingen die juist niet goed voor ons zijn – gewoon doordat we het overzicht niet hebben? Hoe moeilijk is het voor ons, om te bidden ‘Niet mijn wil, maar uw wil geschiede’ – en dat echt in het diepst van ons hart te menen?! Die overgave, die kwetsbaarheid, dat vertrouwen… dat is een dagelijkse worsteling. Als wij onszelf daar aan overgeven, dan worstelt de Geest met ons verder. Als wij zo op de Vader durven bouwen, dan worstelt Jezus voor ons en met ons verder. Hij weet wat wij nodig hebben!
Jezus is opgevaren… En daar, boven de wolken, heeft een heerlijk feit zich voltrokken, daar zijn de hemelpoorten voor Hem geopend. Daar stonden de rijen van heilige engelen op de thuiskomst van Jezus te wachten, die naar Hem uitkeken met een zeer sterk verlangen. Daar hebben al de hemelingen zich gebogen voor Koning Jezus, die als Triomfator de hemel binnenkwam. ‘Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnenga’ (Ps.24:7)! zo hebben ze geroepen. De koorzangers in de hemel hebben luid gejubeld: ‘Kom, Gij koning, Overwinnaar in de strijd’. De zaligen staan op en buigen vol eerbied voor de Koning, Die voortschrijdt naar de troon van Zijn Vader.
Maar Hij blijft daar niet!
De opstanding en de hemelvaart zijn onlosmakelijk verbonden aan Zijn wederkomst ‘om te oordelen de levenden en de doden’.
Hij zal terugkomen! En zijn wederkomst zal zijn een komst in Oordeel en in Gerechtigheid.
Toen de hemelvaart had plaatsgevonden, zijn zijn leerlingen niet bedroefd, maar vol blijdschap teruggekeerd naar Jeruzalem. In blijde verwachting zijn ze teruggegaan, wachtend tot de Heilige Geest hen met kracht had bekleed.
Jezus is niet meer lichamelijk op aarde. Wij kunnen de Heer niet zien, maar de verbondenheid met Hem is precies dezelfde. Dat is de verbinding door de Heilige Geest. Hij is precies Dezelfde.
Naarmate Hij hoger opvoer, strekten zijn zegenende handen zich steeds wijder uit.
Als mens (!) is Jezus opgevaren naar de hemel. Hier op aarde was Hij aan één plaats gebonden, maar in zijn Godheid is Hij overal.
En Hij zegt: Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt (Joh.17:24).
Hij staat altijd voor Zijn Vader, om elke dag opnieuw onze schuld te bedekken.
Wanneer we door het geloof lidmaten zijn van Christus, dan weten we zeker, dat zowaar het Hoofd van het lichaam boven is, ook de leden eenmaal boven zullen komen.
En doordat Hij ons Zijn Geest als een ‘tegenpand’ zendt, zoeken wij naar dat wat daarboven is, waar Jezus is, zittend aan de rechterhand van God; en zijn wij niet meer aards gericht.
Ons leven hier zal in het teken van Zijn wederkomst staan.
Waar je schat is; daar zal ook je hart zijn. Wij behoren Hem toe, want Hij heeft ons zijn Geest gegeven; die Geest, Die ook in ons binnenste uitroept: Abba, Vader.
Amen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten