toespraak op Hervormingsdag 2012
De eerste woensdag van november is in de meeste protestantse kerken in ons land ‘Dankdag voor gewas en arbeid’. In veel kerken is er volgende week op dit tijdstip een speciale dienst en in de ‘Bible belt’ zijn er ook diensten overdag; om die reden worden verkiezingen op die dag daar bijvoorbeeld niet wenselijk geacht.
Omdat deze Dankdag een typisch protestantse aangelegenheid is, leek het me interessant om me daar voor deze Hervormingsdag eens in te verdiepen.
Het verschijnsel van ‘biddagen’ stamt uit de Middeleeuwen. In tijden van oorlog en rampen werden dagen uitgeroepen waarop massaal gebeden en gevast moest worden.
Daarnaast kende men in de katholieke traditie ook een aantal vaste bededagen gedurende het jaar, zoals de Quatertemperdagen en de Kruisdagen; daarbij gaat het om een drietal dagen van bidden en vasten binnen één week, in het begin van elk van de vier seizoenen. Gezien deze koppeling aan de seizoenen, ligt het voor de hand dat deze dagen oorspronkelijk te maken hebben met vruchtbaarheid en met oogst. Dat is in elk geval aansprekend voor mensen die dichtbij de natuur leven. In een encyclopedie las ik, dat dit oude gebruik ook verband zou houden met Joodse dagen van feesten en vasten, maar dat waag ik te betwijfelen. De Kerk had in de vroege Middeleeuwen niet bepaald een voorliefde voor Joodse gebruiken; als je op dit punt de geschiedenis van de Kerk bestudeert, kun je eerder verwachten dat de Kerk juist afwijkende data heeft gekozen om vooral afstand te nemen van het Jodendom.
Ik denk, dat het voor de hand ligt, om ervan uit te gaan dat het houden van deze dagen een vóórchristelijke oorsprong heeft. Sommigen wijzen op een specifieke Keltische oorsprong, gekoppeld aan de Keltische gewoonte van het vieren van verschillende festivals om de drie maanden. In elk geval heeft de oude Kerk vaker geprobeerd om heidense feesten en gebruiken te integreren in het christendom en dat kan in dit geval ook heel goed van toepassing zijn geweest.
Terug naar ‘Dankdag voor gewas en arbeid’.
Na de Reformatie werd het houden van bededagen door de reformatorische kerken overgenomen. Door de Synode van Dordrecht werd bepaald dat er in geval van oorlog en andere rampen gebeden en gedankt moest worden. Wanneer er een bid- of dankdag nodig was, werd dit door de landelijke of provinciale overheden uitgeschreven. Speciale dagen om te bidden en te danken voor het gewas, het voedsel waarin dagelijks werd voorzien, werden voor het eerst in 1653 in Overijssel ingesteld. Toen de industrialisatie toenam, was al gauw sprake van ‘Dankdag voor gewas én arbeid’.
Liturgisch gezien is Dankdag een vreemde eend in de bijt. Het Kerkelijk Jaar heeft twee brandpunten: De Kerstkring en de Paaskring. Het Kerkelijk Jaar begint met Advent; na Kerst, heidens winterfeest met een christelijk vernisje, volgt Epifanie: de Verschijning van de Heer.
De Paaskring begint met veertig dagen vóór Pasen en vijftig erna, uitlopend op Pinksteren. En dan? Komt er dan niets meer?
Een ‘feestloze tijd’. De term alleen al zou alarmbellen moeten doen rinkelen. Zondagen ‘door het jaar’, of ‘na Pinksteren’. Een half jaar lang niets?
Hoe anders is dat voor het volk Israël! Voor Israël komt in het najaar een van de grootste feesttijden van het jaar! Volgens Bijbels voorschrift!
Pasen en Pinksteren viert de Kerk wel, maar de najaarsfeesten is zij kwijtgeraakt! Hoe kon dat gebeuren?
Hèt feest in het najaar is voor het Joodse volk het Loofhuttenfeest. Daarmee kan de kerk uit de volken niet erg uit de voeten. Zij komt niet verder - maar dat mag al een heel eindje genoemd worden - dan de opdracht tot het besef, dat alleen Gods beschutting ons veilig doet wonen. Liturgisch gezien komt het houden van Dankdag, van een speciale dienst van Dankzegging voor de oogst nog het dichtst bij de mogelijkheid om iets van datgene te bewaren wat in het Loofhuttenfeest ligt uitgedrukt. We zijn afhankelijk, we zijn onderweg en we leven een kwetsbaar leven. Maar de God van Israël gaat voor ons uit en trekt met ons mee.
In een loofhut zie je door het dak van plantaardig materiaal de sterrenhemel, en je weet je heel dichtbij God. Een week lang Dankdag!
Rampen en dreigingen zijn er volop in deze wereld. Maar is er nu zoveel reden om te danken?
Wie gelooft in de God van Israël, weet dat HIJ een keer kan brengen in het lot van zijn volk. Hij zal te zijner tijd alles wenden. Daarom kunnen wij danken, want Gods trouw is ons diepste geluk. Er is alle reden tot dankbaarheid voor de oogst, althans, voor de mens die in verbondenheid met God leeft.
In het najaar, op een speciale dag – als het niet om praktische redenen is verplaatst naar de meest nabije zondag – kun je naar de kerk om te danken.
Zijn wij zo dankbaar dan? Voelen mensen in ons deel van de wereld zich vandaag de dag afhankelijk van God voor hun ‘dagelijks brood’?
Volgens Luther, in zijn uitleg van het Onze Vader bij de bede “Geef ons heden ons dagelijks brood”; ligt daarin besloten:
eten, drinken, kleding, schoenen, huis, akkers, vee, geld en goed, vrome kinderen, vrome heren, een goede regering, vrede, goed weer, gezondheid, eer, tucht, goede vrienden, trouwe buren en dergelijke. Alle reden om dankbaar te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten